een mythologisch window dressing van een jonge natie
opzoek naar identiteit
podium
voor
literaire
essayistiek
Wijlen Thoreau - Raoul Boers - Katten in Zanzibar

At present I am a sojourner in civilized life againZo eindigt de eerste alinea van Henry David Thoreau’s bekendste werk, Walden. In het boek blikt Thoreau terug op de twee jaar, twee maanden en twee dagen die hij doorbracht als een kluizenaar aan Walden Pond, een meertje in de buurt van Concord, Massachusetts. Om esthetische en structurele redenen propt hij zijn relaas in één jaar, waarbij de seizoenen de ruggegraat vormen van een betoog over de mens en de verontachtzaming van het concrete leven van alledag en voor een pleidooi voor het leven ter plaatse –in meest letterlijke en figuurlijke zin - als morele leidraad.
Wie Walden wil begrijpen zal ook het karakter van haar auteur moeten kennen.
Als middelbare scholier had ik een hekel aan biologieles. Ik was allang in de ban van de letteren geraakt, een wereld die mijn romantische geest veel beter verdragen kon dan de koude naaktheid van de wetenschappelijke vorsing. Toch was het de biologieleraar die mijn worsteling met zijn vak doorzag en mij op het juiste spoor zette. Op een dag droeg de goede man een stapel knipsels uit artikelen en teksten aan, die de biologie vanuit een heel ander perspectief onder de loep namen: artikelen over bio-ethiek, over de veranderende invulling van het begrip ‘natuur’ en de politieke uitbuiting van het nature-nurture debat. Twee jaar later studeerde ik ‘Theorie en Geschiedenis van Mens en Natuur’ aan de faculteit Cultuurwetenschappen van Universiteit Maastricht en leerde ik de werken van Rousseau, Emerson en Thoreau kennen.
Walden is geen eenvoudige literatuur. Thoreau schrijft zijn boek in 1854 en hoewel zijn werk verfrissend modern is van toon en stijl, zijn de gebruikte allegorieën, metaforen en verwijzingen zeer gesitueerd in het nog jonge intellectuele milieu van de Verenigde Staten. Wie Walden wil begrijpen en wie het boek werkelijk wil waarderen, zal moeten begrijpen tegen welke krachten Thoreau zich richt met zijn betoog. Wie Walden wil begrijpen zal ook het karakter van haar auteur moeten kennen.New England is het ‘oude’ Amerika. Massachusetts, Maine, New York en de Hudson River Valley zijn onmiskenbaar Amerikaans, maar de infrastructuur is er ouder en meer Europees dan het langgerekte asfalt van de Route 66 door de woestijn van Nevada en de trails door de Grand Canyon. Het noordoosten van de Verenigde Staten is bedekt met groen loofwoud, de bergen zijn in noordeuropese proporties en de bevolkingsdichtheid is naar Europese maatstaven. Wat van oorsprong niet in het plaatje past hebben we ons in Europa simpelweg eigen gemaakt; de kalkoenschnitzel is volledig ingeburgerd en ook Haloween krijgt steeds vaster voet aan de grond.
Er zit voor Thoreau niets anders op dan mee te draaien in de potloodfabriek van zijn familie, waar hij en passant het moderne grafietpotlood uitvindt
New England is het ‘goede’ Amerika, met al die rijke, Europese tradities van heksenjacht, democratische dynastieën en pastorale landschappen. Massachusetts is de staat waar Thoreau zijn leven lang woonde en werkte, want op een studie in Harvard en enkele korte expedities naar de bossen van Maine na, was Thoreau behoorlijk honkvast. Gezien de boodschap van zijn literaire nalatenschap is dit niet verrassend te noemen. Thoreau zocht het bijzondere graag in het kleine en omringende leven. De boodschap van Walden is dan ook nergens beter vervat in een zin als:
“ It is not worth the while to go round the world to count the cats in Zanzibar.”De milde ironie die klinkt in het voorgaande citaat, typeert de persoon die Thoreau was: een extravagante dwarsligger en een koppige tegenvoeter. De appel is niet ver van de boom gevallen in dit opzicht. Zijn grootvader van moederskant -Asa Dunbar- leidde in 1766 voor zover bekend het eerste studentenprotest in de Nieuwe Wereld.
De student Thoreau kon er ook wat van. Na vier jaar studie aan Harvard weigert hij de gebruikelijke vijf dollar te betalen voor zijn Master-titel. Hoewel Thoreau bekend stond om zijn aan gierigheid grenzende zuinigheid, is de weigering van deze financiële transactie op prinicipiële gronden gebaseerd. Iedereen die drie jaar na beëindiging van een Harvardstudie vijf dollar betaalde, kreeg in die tijd -ongeacht de studieverdiensten- een Master-titel. Een ‘gekochte’ titel vond Thoreau simpelweg belachelijk. Zijn carrière als schoolonderwijzer in zijn geboorteplaats Concord is snel afgelopen, wanneer hij weigert lijfstraffen op te leggen aan zijn leerlingen. Er zit voor Thoreau niets anders op dan mee te draaien in de potloodfabriek van zijn familie, waar hij en passant het moderne grafietpotlood uitvindt. Zijn intellectuele ontwikkeling wordt in de tussentijd gestimuleerd door zijn nieuwe vriendenkring, bestaande uit schrijvers en essayisten als Margaret Fuller (Uncle Tom's Cabin) en Ralph Waldo Emerson (Essays on nature) wiens passie voor de natuur hij deelt. Thoreau zou geregeld essays publiceren in Emerson's periodiek The Dial.
Waarom heet zijn boek Walden en niet Colorado River? Thoreau had evengoed naar de wildernis van de Rocky Mountains kunnen verhuizen
Mede gedreven door het voornemen een boek te schrijven en mede door het romantische verlangen terug te keren naar de natuur, besluit Thoreau zich in 1844 terug te trekken op een stukje land aan de oever van Walden Pond, waar hij een blokhut bouwt en waar hij terug gaat naar het 'eerlijke' en ‘echte’ leven. De retraite levert Thoreau een prachtig boek op, maar zijn verblijf aan Walden Pond wordt niet door iedereen begrepen. Robert Louis Stevenson (Treasure Island, The Strange Case of Dr. Jekyll and Mr. Hyde) kenschetst het experiment in living als een verwijfd zwaktebod aan het leven. Hij beschrijft een leven in afzondering als:
“ […]a life that does not move with dash and freedom, and that fears the bracing contact of the world.”
We zien in dit citaat een voorafschaduwing van mannen als Hemingway en Theodore Roosevelt: rusteloze mannen van een later tijdperk, met de Frontier Spirit in hun gebronsde kop en een elephant killer in hun rechterhand. De vraag hoeveel ‘echter’ het leven aan Walden Pond is, dan het leven in het enigszins rurale milieu van een provinciestadje als Concord, is in zekere zin wel terecht. Wat is er eigenlijk ‘natuurlijk’ aan Walden Pond, dat op een steenworp afstand van de bewoonde wereld ligt? Een wereld die Thoreau ook gedurende die jaren regelmatig bezoekt. Waarom heet zijn boek Walden en niet Colorado River? Thoreau had evengoed naar de wildernis van de Rocky Mountains kunnen verhuizen, om daar verslag te doen van zijn belevenissen tussen de indianen: volkeren die hij in werkelijkheid van een veilige afstand bewonderde, in het vrijwel etnisch gezuiverde New England.
Feitelijk hield Thoreau helemaal niet van de wildernis, of in ieder geval alleen van de idee ‘wildernis’ en
Hoewel de fascinaties die Thoreau koestert stammen uit het romantisch idealisme, rekent hij af met het frontier denken, dat met haar beschavingskruistocht naar het westen op een perverse wijze geniet van de knechting van de wildernis. Thoreau’s werk vormt de werkelijke kern van de moderne Amerikaanse ziel; de kitscherige cowboy romantiek is niets dan opsmuk, een mythologisch window dressing van een jonge natie opzoek naar identiteit. Zo is het Wilde Westen grotendeels een europese uitvinding van landschapsschilders als Karl Wimar en Albert Bierstadt en auteurs als Karl May. Van deze drie heeft de laatste overigens nooit één stap in Noord Amerika gezet.
Het grote belang van Thoreau’s Walden -en ook van andere essays van meer uitgesproken politieke aard (Resistance to civil governement, A Plea for Captain John Brown)- is dan ook gelegen in de context van de worsteling en de opkomst van een nieuw, geëmancipeerd Amerikaans intellect. Het geeft een nieuw volk haar fundament en plaatst haar in perspectief met haar omgeving: een omgeving die niet van oudsher de hare is, maar de hare is geworden. In de conclusie van Walden citeert Thoreau de Ecclesiastes, wanneer hij schrijft:
“A living dog is better than a dead lion”Hij gebruikt dit citaat in de context van verzet tegen het eurocentrische intellectualisme van de Harvard academia. Walden is in die zin zoveel méér dan een pleidooi voor het terugvallen op een duurzaam gebruik van de natuur als leefmilieu. Meer dan deze pastorale boodschap is Walden een oproep aan de medeburgers om terug te vallen op de eigen vermogens van het kritische denken an sich en op de directe omgeving als voedingsbodem voor de identiteit van het individu. Het gevoel van eenzaamheid dat in het verslag van Thoreau’s verblijf aan Walden Pond wordt beschreven, leidt tot de conclusie dat een zoektocht naar het landschap van de menselijke ziel meer oplevert dan de zoektocht naar onbekende kusten in exotische oorden. Hier spreekt Thoreau paradoxaal genoeg de taal die weerklinkt in de overtuiging van uitgerekend Duitse idealisten als Fichte, Schelling en Hegel. Toch is de uitwerking typisch Amerikaans, dat wil zeggen praktischer. In feite zegt Thoreau: Haal wat je nodig hebt uit jezelf en doe daar je voordeel mee. Zoek niet verder dan je eigen achtertuin of het onondekte continent van je eigen karakter. Haal uit alledag de dingen die eeuwigheidswaarde hebben. Hiermee hebben we dan, zéér kort door de bocht, het Amerkaanse transcendentalisme aangestoten.
Thoreau is koren op de molen van de verontruste mens die vindt dat het anders moet
Het Amerikaans Transcendentalisme is een beweging waar aan Thoreau zich verwant voelt, zij het in de marge, want Thoreau is niet voor één gat te vangen. Hij sterft in 1862 aan de gevolgen van bronchitis; een aandoening die hij had opgelopen nadat hij een nacht lang jaarringen van boomstronken had lopen tellen in een stortbui. Een lokale stortbui, dat wel.
De geschiedenis leert dat zijn achtergelaten werk een paard is dat voor meerdere karren kan worden gespannen. Het gedachtengoed van kleinschaligheid is herkenbaar in de progressieve beweging van de antiglobalisten, in hun strijd tegen het kwade rijk van de vierentwintiguurseconomie en haar schadelijke effecten voor het milieu en de welvaartsverdeling. Paleoconservatieve denkers als Martin Heidegger en Roger Scruton zoeken eveneens hun heil in de anti-urbane idylles van de plattelandsgemeenschap, maar dan als een -in hun optiek reëel- antwoord op de schijnbare onthechting van het Ik met het Zijn en de teloorgang van “onze” normen en waarden. Bovendien is het Thoreau’s afkeer van het Europese ancienne regime en haar intellectualisme die weerklinkt wanneer Rumsfeld denigrerend spreekt van "het oude Europa" en daarmee elk kritisch geluid afwimpelt.
Thoreau is koren op de molen van de verontruste mens die vindt dat het anders moet. Hij wordt geheiligd door anarchist en staatsman; door activist en bedrijfseconoom. Kun je in deze wereld die door machines en media zo klein geworden is nog steeds volhouden dat het geen nut heeft katten te tellen in Zanzibar? Telling en schatting wezen uit dat er nog maar een tiental siberische tijgers rondrennen op de Taiga. Wat zegt dat over onze wereld en de illusies die we ons erover maken? De achterkant van ons huis grenst aan een natuurtuin. Het streven van de vereniging tot behoud van de tuin, is vooral een sociale: door de betrokkenheid van de buurtbewoners bij de tuin wordt het onderlinge contact en de leefbaarheid vergroot. Een plattelandsideaal midden in de drukte van Amsterdam. De tuin is een natuurtuin en daarom deels verwilderd. Er lopen voetpaden doorheen die door vrijwilligers worden onderhouden, stadsrommel dat komt aanwaaien wordt actief geweerd. Zeldzame planten worden aangeplant. Natuur zoals het in Amsterdam op zijn natuurlijkst mogelijk is. Zo nu en dan vechten er gedomesticeerde katten in de tuin om territorium.
Ik tel er op een zomerdag wel vijf verschillende.
AUTEUR
Raoul Boers (1975) schrijft essays. Hij is als docent verbonden aan het Instituut voor Media en Informatie Management (MIM) aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is tevens mede oprichter en redacteur van Verwijl.nl