Ik ben heel geworden door deze aspecten te delen, zoals een digitaal systeem deelbaar is in AAN en UIT

podium
voor
literaire
essayistiek

De laatste mijl - Deel 3: Tij



 << De Laatste Mijl - Deel2: Leviathan

       Lay thine hand upon him,
       remember the battle, do no more.
                                           ~ Job 41:8

 
Land in zicht. We staan op het winderige dek van het veer naar Lauwersoog en zien de kustlijn van het vasteland naderen. Haaks op de rechte dijken staan de moderne windmolens die hun wieken rondslaan in de wind. Als een Don Quichote de la Mancha aanschouw ik deze reuzen van het maakbare land, terwijl ik vaar op de baren van ’s land’s nationale trots: onze laatste wildernis. In een grijs verleden schreef ik een kritisch rapport over de Milieu Effect Rapportage naar aanleiding van proefgasboringen in dit gebied, dat ik in opdracht van mijn studie moest opstellen. Een paar dagen eerder was ik hier pas voor het eerst.

 Achter ons ligt het eiland met de eilanders die in hun kerkjes de zondag vieren. Een aantal van hen zal na de kerkdienst gaan klaverjassen in de kroeg, een enkeling zal thuis achter de computer kruipen om de inbox door te nemen. Aan de kustlijn slaat het rusteloze water intussen geduldig op de basalten golfbrekers. We varen almaar dichter naar de haven. Kranen laden goederen op een schip.

Ik word uit mijn overpeinzingen opgeschrikt door een polyfoon geluid dat zich uit een microprocessor via minieme speakertjes naar buiten perst.
“Ik ben door naar het volgende level, papa!” roept een jongetje dat geconcentreerd naar het schermpje van zijn Nintendo Gameboy staart.
“Goedzo, jongen.” Zegt papa, die zonder omkijken verder tuurt door zijn verrekijker naar de troebele zee. Op zoek naar een zeldzame blijk van leven.         

Schiermonnikoog, 6 november 2005



Interface
Mijn bestaan bij de ICT gigant had zijn langste tijd geduurd. Ik was intussen aan mijn derde leaseauto begonnen en ik had vol goede moed mijn rol als radertje weer opgevat. In mijn carrièreprofiel had ik veiligheidshalve aangegeven niet langer beschikbaar te zijn voor internetopdrachten. Ik was nu ingedeeld bij het specialisme “Gesloten systemen” en ik had besloten me voorlopig enkel als hobbyist op de digitale snelweg te begeven.

ik heb de kracht gevonden om me af te sluiten van het medium – als een waar binair systeem van énen en nullen – en de lucht op te snuiven en de vogeltjes te horen fluiten
Bij het profiel “Gesloten systemen” voelde ik me opgelucht. Hoewel de software die ontwikkeld moest worden complexer was, was de wereld waarin ik me bewoog meer tastbaar en gestoeld op de zintuiglijk waarneembare elementen. Ik ging in opdracht bij een elektronica concern, waar ik de kwaliteit van de software ging bewaken die videoprojectoren aanstuurde. Geen programmeer regels om applicaties te maken die processen op het internet vergemakkelijkten waar toch niemand op zat te wachten. Nu zat ik hele dagen DVD’s te kijken, om te beoordelen of het kleurengamma wel aan de gespecificeerde eisen voldeed. Ik keek of de toetsreacties van de afstandbediening wel volgens afspraak waren en of spelcomputers wel fatsoenlijk aan te sluiten waren. Of spelletjes spelen op een muur wel voldeed aan de verwachtingen. Voor het eerst was ik bezig met digitale apparaten, zonder onthecht te raken van de tastbare omgeving. Er was interactie tussen de stoffelijke ‘ik’ die op een knop drukt, de programmatuur die een opdracht uitvoert en die een verandering aanbrengt in de werkelijkheid. Er was een interface, een brug geslagen tussen mij, de materiële werkelijkheid der dingen  en de virtuele werkelijkheid van bits en bytes. De technische informatici luisterden met afschuw naar mijn internet programmeerervaringen, die ze afdeden als ‘vaag’ en ‘oninteressant’. Langzaam ontstond in mij de realisatie dat er in wezen geen verschil bestaat tussen digitale techniek in apparaten en andere gesloten systemen en de ‘meer vage’ toepassingen van het wereldwijde web. Het enige verschil was een verschil in abstractie. Wat ik me realiseerde was dat digitale systemen bestaan bij de gratie van de werkelijkheid, die in essentie analoog is, zoals de Wet van Pythagoras bestaat bij de gratie van de hersencellen van de goede man. Ons digitale bestaan werd in mijn beleving niet méér dan een saus die over de werkelijkheid ligt en die onze Weltanschauung -onze beleving van de wereld-   beïnvloed. Hoewel digitale systemen - open of gesloten - weldegelijk enorme invloeden hebben op sociaal-economische en maatschappelijke aspecten van ons leven, is zij ook niet meer dan dat: een invloed. Een invloed als alle andere in de geschiedenis: de telegraaf, het machinegeweer of de relativiteitstheorie van Einstein.

Ik had in ieder geval mijn eigen Laatste Mijl geslecht. Ik had mijn eigen steen der wijzen gevonden en dat was relativiteit in de meest letterlijke zin: het Net was een factor in mijn leven en ik had de keuze – iedere dag opnieuw – om me erdoor te laten leiden, of om het aan te wenden ter verwerkelijking van mijn idealen.   

 
Aan/Uit

‘What kind of attribute I pray you is immaterial, or incorporeal substance? Where do you find it in the Scripture? Whence did it came but from Plato and Aristotle, Heathens, who mistook the thin Inhabitants of the Brain they see in sleep, for so many incorporeal men [..]? Do you think it an honour to be one of these?’
                
~Thomas Hobbes, Londen 1662.      
Considerations upon the Reputation, Loyalty, Manners & Religion of Thomas Hobbes of Malmsbury, written by himself, by way of letter to a learned person

Het internet beheerst nog steeds mijn leven, soms meer dan goed voor me is. Door de jaren heen heb ik geleerd hoe ik me moet verhouden tot mijn achilleshiel. Ik ben in wezen een ware Homo Digitalis geworden. Niet alleen kan ik de digitale middelen in mijn wereld manipuleren om er materieel beter van te worden en om de wereld om me heen te verbeteren, ik heb de kracht gevonden om me af te sluiten van het medium – als een waar binair systeem van énen en nullen – en de lucht op te snuiven en de vogeltjes te horen fluiten. Ik ben heel geworden door deze aspecten te delen, zoals een digitaal systeem deelbaar is in AAN en UIT: 1 en 0. Soms ben ik de Raoul die lange wandelingen maakt in de heuvels, of met een boek in de hand in bed ligt, of Raoul die de liefde bedrijft, soms ben ik de Raoul die de digitale snelweg opgaat en zijn kennis verdiept, verbetert en aanwendt. Hoe dan ook: altijd voel ik dat ik een wezen ben van vlees en bloed, ook al worden de gedachten in mijn hoofd soms op hol gebracht door zoveel abstracte concepten: ze zijn allen te vangen in de analoge werkelijkheid, zoals hier in deze letters op papier of in de gemagnetiseerde deeltjes van een TFT-scherm, of via welk medium dan ook waarmee de lichtdeeltjes zich een weg naar de oogzenuw vinden.

Welkom in een nieuwe wereld, je was er altijd al.
 

Nawoord
Na herlezen van deze reeks essays, rest mij nog één slotgedachte die ik wil delen. Er is een ontwikkeling gaande waar ik me als digitale mens toch wel zorgen over maak. Er is – ben ik bang – wederom een identiteitscrisis nakende. Sinds een jaar of drie volg ik gespannen de verrichtingen in een laboratorium van het Massachusetts Institute of Technology in Boston, waar geleerden momenteel een technologie ontwikkelen waarmee gebruik kan worden gemaakt van de merkwaardige eigenschap van atomen die ook wel de ‘spin’ of draaiing van een atoom genoemd wordt. Deze ontwikkelingen zouden wel eens de doodsklok kunnen luiden van het binaire tijdperk. Wanneer men een stabiel materiaal ontdekt dat gebruikt kan worden als datadrager en processor, dan kan dit worden aangewend om zogenaamde quantum computersystemen te maken. Bij deze quantumcomputers gaat het niet over series van nullen en enen, maar over een onbekende factor meer mogelijkheden, aangezien atomen meerdere staten kunnen aannemen dan aan of uit. Ironisch genoeg krijgen we dan dus feitelijk analoge computers in de waarste zin van het woord, namelijk computers die gebruik maken van de tastbare materie en niet over de aan of uitgeschakelde status, zoals bij huidige digitale systemen het geval is.

Tegen die tijd kan dit essay over de Digitale Ik dus in de prullenmand, of enkel gelezen worden als historisch curiosum. Wellicht kan ik me dan wagen aan een nieuw essay, waarin ik bovenstaande alinea kan verduidelijken, of waarin ik tot de conclusie kom dat ik er destijds ook geen snars van begrepen heb.

I am, after all, only human.  

AUTEUR

Raoul Boers (1975) schrijft essays. Hij is als docent verbonden aan het Instituut voor Media en Informatie Management (MIM) aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij is tevens mede oprichter en redacteur van Verwijl.nl